Ef­fec­ti­vi­teit broed­plat­forms

Oproep onderzoek naar effectiviteit van broedplatforms voor Scholeksters

Achtergrond

Er worden elk jaar meer broedplatforms voor Scholeksters geplaatst in Nederland (Figuur 1) in de hoop daarmee het broedsucces van deze bedreigde weidevogel te verhogen. De vogels zitten dan open en bloot en zijn goed zichtbaar voor gevleugelde predatoren. Die zichtbaarheid is geen probleem: de Scholeksters blijken hun nest goed tegen gevleugelde predatoren te kunnen verdedigen vanaf een broedplatform (Figuur 2).

Lang niet overal zijn de broedplatforms echter succesvol. Als Stichting Onderzoek Scholekster (SOS) willen wij graag meer weten over de omstandigheden die het succes van een broedplatform bepalen. Met deze kennis kunnen wij hopelijk gerichte adviezen geven en plaatsing van broedplatforms stimuleren in kansrijke gebieden.

Daarom verzoeken wij iedereen die één of meer broedplatforms plaatst voor elk broedplatform bij te houden of het broedplatform wordt bezet, of het nest uitkomt en of de jongen vliegvlug worden. Afhankelijk van door wie en waar het onderzoek wordt uitgevoerd kan dit worden bijgehouden in avinest https://stats.sovon.nl/pub/publicatie/20638, nestkaart https://www.nestkaart.nl/, de boerenlandvogelmonitor https://inlog.weidevogelbescherming.nl/login of de app van de BFVW https://bfvwregistraasje.frl/. Daarnaast is alle informatie over habitat, landgebruik en beheer van het gebied waar de platforms zijn geplaatst zeer waardevol. Deze oproep betreft 2026, maar gegevens over 2024 en 2025 zijn ook zeer welkom.

In zijn analyse voor het tweede jaar van de Scholekster heeft Thijs Glastra het succes van de broedplatforms vergeleken met het gemiddelde voor grondbroeders in Nederland (Wortel et al. 2024), maar in het ideale geval is er ook kennis over het broedsucces van Scholeksterparen die in hetzelfde gebied op de grond broeden. Dat maakt een meer directe vergelijking mogelijk. In een nog niet gepubliceerde analyse heeft Thijs dat ook gedaan (zie appendix).

De gegevens kunnen opgestuurd worden naar sosscholekster@gmail.com. Eind 2026 zullen wij daarover rapporteren aan iedereen die ons gegevens heeft opgestuurd. We bouwen met dit onderzoek voort op het eerdere onderzoek van Thijs Glastra in het tweede jaar van de Scholekster. We willen dit onderzoek dan ook samen met hem uitvoeren.

Figuur 1. Boven: al in 2020 experimenteerde BFVW St Johannesga-Rotsterhaule e.o. met broedplatforms van afgedankte verkeersborden. Foto van de broedende vogel door mevrouw Albertje Alkema-ten Hoeve. Linksonder: een van hout gemaakt broedplatform in de Woudpolder. Foto Kees de Jager. Rechtsonder een van recycled plastic gemaakt broedplatform in de polder van Terschelling dat in 2022 werd bezet door Scholekster broedpaar RB-CPLB en RB-CPLL. De pas uitgekomen kuikens sprongen een dag later van het platform. Foto: Jacob Jan de Vries.

Jacob Jan de Vries

Figuur 2. Een op een nestplatform broedende Scholekster alarmeert voor een Kauw, wat voldoende was om te voorkomen dat de Kauw landde.

Historie

Een belangrijk onderdeel van het tweede jaar van de Scholekster in 2023 was het onderzoek naar de effectiviteit van broedplatforms om het broedsucces te verhogen (Wortel et al. 2024). Er was subsidie om broedplatforms te bouwen en te plaatsen en uiteindelijk waren er in 2023 in totaal 470 broedplatforms, waarvan de meerderheid (381) nieuw gemaakt. Op 13% van de platforms werd een broedpoging gedaan en 86% van de nesten kwam uit. Er werden 22 jongen vliegvlug, wat neerkomt op 0,45 vliegvlugge jongen per broedpaar. De suggestie dat de kans op bezetting toeneemt met het aantal jaren dat de platforms staan kon met het toegepaste statistische model niet worden bevestigd (Wortel et al. 2024).

Bezetting en broedsucces

Onder de 89 platforms die al voor 2023 waren geplaatst behoren de 22 platforms die in 2021 door Jacob de Vries in de polder van Terschelling werden geplaatst (Figuur 1, Figuur 2 en Figuur 3) en de 23 platforms in de Krommenieër Woudpolder, die daar tussen 2019 en 2022 werden geplaatst (Tabel 2). Tussen 2021 en 2025 verdubbelde de bezetting op Terschelling (Tabel 1). In de Krommenieër Woudpolder nam de bezetting juist af, maar tussen 2019 en 2025 verzesvoudigde het aantal geplaatste platforms, terwijl het aantal platforms op Terschelling vrijwel gelijk bleef. De Krommenieër Woudpolder behoort tot het werkgebied van de agrarische natuurvereniging Water, Land & Dijken in Noord-Holland. In het hele werkgebied is de bezetting bijna verdrievoudigd tussen 2023 en 2025, ondanks de toename van het aantal platforms van 145 naar 200 (Tabel 1). De gegevens over de broedplatforms worden verzameld door Willem Overweg:

 

Sinds 2023 zijn er ook gegevens van de sedum kwekerij in Oud Wulverbroek (Sjerp Weima, pers. med.) en verschillende gebieden in Zeeland (Floor Arts, pers. med.). Voor Oud Wulverbroek zijn bezetting en broedsucces vergelijkbaar met Terschelling en het werkgebied van Water, Land & Dijken. In Zeeland is in 122 broedplatformjaren slechts 4 keer een platform bezet (3%) en daarvan kwam slechts in 1 geval een nest uit (25%). Er werd geen enkel vliegvlug jong geproduceerd. In 2025 was het gemiddelde broedsucces in Zeeland van 0,19 vliegvlug jong per broedpaar (Arts 2025), duidelijk hoger, maar ook dat broedsucces is onvoldoende om de populatie stabiel te houden.

Dit lage succes in Zeeland contrasteert met een hoog uitkomstsucces op Terschelling, het werkgebied van Water, Land en Dijken en de sedum kwekerij bij Oud Wulverbroek (Tabel 1). Voor zover bekend is het broedsucces ook heel hoog. Voor Terschelling kan het broedsucces in twee jaren vergeleken worden met het broedsucces van de grondbroeders in hetzelfde weiland, dat veel lager ligt (Tabel 1). Voor de sedum kwekerij is het broedsucces in twee van de drie jaren hoger op de platforms, maar de steekproef is klein.

Tabel 1. Bezetting, uitkomstsucces en, voor zover bekend, broedsucces per jaar voor broedplatforms op Terschelling, de Krommenieër Woudpolder en in het hele werkgebied van Water, Land & Dijken, de sedum kwekerij bij Od Wulverbroek en verschillende gebieden in Zeeland (Schouwen Duiveland, Neeltje Jans en de golfbaan Domburg). Voor Terschelling is het uitkomstsucces bepaald door het aantal uitgekomen kuikens te delen door het aantal gelegde eieren. Voor de andere gebieden heeft het % uitgekomen betrekking op de nesten. Voor Terschelling en de sedum kwekerij heeft “controle vliegvlug per paar” betrekking op het broedsucces van grondbroedende paren in hetzelfde gebied als de broedplatforms. Ook het habitat, en voor zover bekend het beheer, is ook weergegeven.

Het hoge nestsucces heeft waarschijnlijk te maken met de bescherming die de platforms tegen grondpredatoren bieden. Dat er ook een positief effect van de platforms op het broedsucces lijkt is in zekere zin merkwaardig. Na het uitkomen springen de jongen namelijk al heel snel van het platform. Mogelijk speelt de aanwezigheid van een kuikenstrook op Terschelling (Figuur 3) en het regime van laat maaien in het werkgebied van Water, Land & Dijken hier een rol. Het ongemaaide gras biedt de kuikens een goede mogelijkheid om zich te verbergen voor predatoren als er gevaar dreigt.

Jacob Jan de Vries

Figuur 3. Broedplatforms in de polder van Terschelling. Een strook weiland waarin de broedplatforms staan wordt niet gemaaid, zodat de kuikens zich bij gevaar daarin kunnen verbergen.

Een andere verklaring, die de verklaring over schuilmogelijkheden niet uitsluit, is dat er een positieve correlatie bestaat tussen de overlevingskans van de nesten en de overlevingskans van de kuikens (Figuur 4), zoals vastgesteld in Assen bij een vergelijking tussen jaren (Dijkstra and Dillerop 2025).

Figuur 4. Het aantal vliegvlugge jongen per paar als functie van het nestsucces voor de jaren 2008 t/m 2025 in het urbane gebied van Assen. De rode punt is het jaar 2025. Bron: (Dijkstra and Dillerop 2025).

Appendix: ongepubliceerde analyse Thijs Glastra (Sovon)

De resultaten van de Scholeksters die in 2023 en 2024 op broedplatforms gebroed hebben zijn best positief wat betreft het nestsucces, ten opzichte van grondbroedende Scholeksters in de directe omgeving (<1km) van de broedplatforms. Zo zien we dat het nestsucces significant hoger ligt op de broedplatforms (75,4%, N=126) t.o.v. grondbroedende Scholeksters in de directe nabijheid van de broedplatforms (57,5%, N=859) (Figuur 5). Ook het aantal uitgekomen eieren ligt hoger per gestart (significant) en per succesvol nest (niet significant)(Figuur 6). Met andere woorden, broedparen op broedplatforms hebben door het verhoogde nestsucces een verhoogde kans om kuikens vliegvlug te krijgen. Echter, voor de kuikenfase biedt het platform geen bescherming meer, aangezien de jongen al binnen een dag (of twee) het platform verlaten. Daarom moet ook de omgeving geschikt zijn voor de kuikens (foerageermogelijkheden voor de ouders en dekking voor de kuikens) en kan een broedplatform niet op zichzelf gezien worden als ‘de oplossing’.

Figuur 5. Met Mayfield berekend nestsucces van Scholeksters op broedplatforms, vergeleken met op de grond broedende Scholeksters in de directe omgeving.

Figuur 6. Vergelijking tussen Scholeksters die op broedplatforms broeden en grondbroeders in de directe omgeving voor wat betreft de uitgekomen eieren per gestart nest (links) en uitgekomen eieren per succesvol nest (rechts).

Literatuur

Arts, F. A. 2025. Broedsucces van de scholekster in het Deltagebied, broedseizoen 2025. Deltamilieu Projecten Rapportnr. 2025-10, Deltamilieu Projecten, Vlissingen.

Dijkstra, B., and R. Dillerop. 2025. Scholeksteronderzoek Assen e.o. Jaarbericht 2025. Assen.

Wortel, M., P. van Els, T. Glastra, and E. Kleyheeg. 2024. Resultaten van het Jaar van de Scholekster. Sovon-rapport 2024/44, Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Onze nieuwsbrief verschijnt 4x per jaar

Deze website maakt gebruik van cookies
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken en om jouw voorkeuren op te slaan. Door op ‘Accepteer alle cookies’ te klikken, gaat u akkoord met het gebruik van alle cookies, zoals omschreven in onze privacy- en cookieverklaring. Wilt u alleen de noodzakelijke cookies inschakelen, kies dan voor ‘Alleen noodzakelijke cookies’.